Het introduceren van een kunstenaar inmiddels is overleden, die veertig jaar onvermoeibaar als kunstenaar heeft gewerkt, moet niet zo moeilijk zijn, zou je zeggen. Maar bij Jaap Oudes ligt dit echter anders. Voor informatie grijpt men gewoonlijk terug op recensies en informatie van vakgenoten, vrienden en kennissen. Maar wat blijkt? Er zijn slechts een klein aantal recensies te vinden. Zo is er een recensie van Kasper Niehaus in de Telegraaf van 12 oktober 1956 waarin deze schrijft: Van plaatsbepaling wil ik verder afwezen; zeker is dat er zowel de tekeningen die men als "waarheid en verdichting" kan betitelen als in de realistische studies naar de natuur, een opmerkelijk talent is, dat tot nu toe niet opgemerkt werd.
Wim Kok schrijft in de Alkmaarse krant van 25 januari 196. : Op de tekeningen van Jaap Oudes is altijd wat te zien. Soms naar ons gevoel iets te veel. Een zekere beperking zou hij zich wel eens in dit opzicht dienen te leggen.
Maar overigens beleeft men aan dit unieke werk een groot genoegen.
Eric Beets schrijft in het Noord Hollands Dagblad van 29 november 1985 in zijn artikel "Collectie Bergen neemt serieuzere vormen aan". De volgende tekst:
De aankopen (redactie: 5 tekeningen) van Jaap Oudes de zoon van Dirk Oudes zijn mij niet geheel duidelijk. Kwalitatief stellen zij niet veel voor en het zou alleen gerechtvaardigd kunnen worden door te zeggen dat men een zo volledig mogelijke collectie wilde samenstellen.
We kennen verder geen vastgelegde meningen van vakgenoten, vrienden en kennissen. Het is dan ook onmogelijk om vanuit historische gegevens een waardeoordeel van het werk van Jaap Oudes te construeren.
De reden dat er zo weinig is vastgelegd moet liggen in het feit dat Jaap Oudes weinig behoefte heeft gehad om zijn werk te tonen met als gevolg dat zijn werk dan ook niet of nauwelijks bekritiseert is geworden. Het is daarom dat de Stichting Dirk en Jaap Oudes het besluit heeft genomen om het werk alsnog aan een kritische beschouwing te laten onderwerpen. Aan een aantal experts is gevraagd om hun mening over het werk van Jaap Oudes vast te leggen. Zo vind u een bijdrage van:
• Drs. Chiene Vos kunsthistorica met "Jaap Oudes niet allen beroemd in Alkmaar"
• Dr. Albert van der Zeijden* met "De volksculturele verbeeldingswereld van Jaap Oudes"
• Rob Smolders kunstkenner en publicist met "Jaap Oudes. Kind van welke tijd?"
• Jan Nobel. Kunstenaar met "Jaap Oudes als vakman"
Verder is als bijlage toegevoegd een verslag van Rob Bouber van een interview die hij heeft gehad met Jaap Oudes in het Noord Hollans Dagblad van 25 februari 1996.
* Wetenschappelijk medewerker Nederlands Centrum voor Volkscultuur.
Zaanse molen
Biografie Jaap Oudes
Jaap Oudes.
Geboren op 1 februari 1926 in Alkmaar.
Overleden op 24 januari 1998 in Alkmaar.
Enige zoon van Dirk Oudes (1895-1969) en Aaltje de Boer (1902-1981)
Vader Dirk Oudes, was uurwerkmaker van beroep en trouwde in 1923 met Aaltje de Boer.
Dirk Oudes handelde al vroeg in goud, zilver en aardewerk. Toen hij trouwde met Aaltje de Boer een dochter van een rijke boer en vastgoedbeheerder, was hij in staat om met behulp van zijn schoonvader een pand in de langestraat in Alkmaar te kopen. Het doel was om samen met zijn vrouw een zaak te exploiteren in goud, zilver en aardewerk artikelen maar ook klokken. Dirk zou zich belasten met het kopen en repareren van klokken. In de praktijk kwam het er op neer dat Dirk met name het platteland bezocht om spullen voor zijn gading te kopen of om reparatieopdrachten op te halen. Helaas was Aal niet geschikt voor het vak en besloten zij de zaak van de hand te doen. Zij kochten ook weer met bemiddeling van de vader van Aal, een huis aan de kanaalkade in Oudorp. De zaak in de Langestraat werd verhuurd aan Gerrit een broer van Dirk.
Dirk kocht voor Gerrit in en repareerde de klokken voor hem.
Kort na de verhuizing werd zoon Jaap geboren (1926).
Op zijn tochten door het Noord-Hollandse landschap kwam Dirk nauwer in contact met Alkmaarse kunstenaars waarvan Jan Plas, ook goud en zilversmid, klokkenmaker en in vrije tijd kunstschilder, de belangrijkste zou zijn.
In de jaren dertig zien we dat Dirk zich ook als kunstenaar gaat ontwikkelen. De werken van rond 1936 zijn dan al van verbluffende hoge kwaliteit.
Deze inleiding is nodig om aan te geven dat Jaap in een warm, rustige en niet arme omgeving is opgegroeid. Soberheid was daarbij de levensinstelling.
De geboorte van Jaap is volgens zijn tante Maartje die we regelmatig hebben gesproken maar helaas inmiddels is overleden, met grote moeite verlopen. Dit zou bij Dirk de opmerking hebben ontlokt "dit nooit meer". Als baby groeide Jaap te traag. Na enige tijd (tijdsduur niet bekend) ontdekte men dat de schildklieren niet goed functioneerden. Een arts zou het echtpaar voorzichtig hebben laten weten dat Jaap wel eens een kort leven zou zijn beschoren. Maar gelukkig waren er snel geschikte medicijnen voorhanden. Deze heeft hij voor zijn verdere leven moeten gebruiken.
Deze ontwikkeling maakte dat het echtpaar Oudes en met name moeder Aal overbezorgd waren en Jaap zeer hebben vertroeteld.
Door deze ontwikkeling raakte Jaap zeker drie jaar achter op school. Jaap beëindigde de lagere school in het begin van de oorlog. Hij was toen 14 jaar. Gedurende de oorlogsjaren hebben ze Jaap in huis schuil gehouden. Angstig dat Jaap voor de "Arbeitseinsatz" zou worden opgeroepen. Of er een oproep is geweest weet ik niet. Heb daar nooit iets van vernomen. Als het gedurende de oorlogsjaren spannend werd zat hij verscholen in de kelder met een petroleumlamp als verlichting. Hij bracht er volgens zijn zeggen vele uren door.
Van een zekere mejuffrouw Koning kunstenares uit Groet en goede vriendin van de familie Oudes, kreeg hij boeken van Felix Timmermans aangereikt. Weggedoken in de kelder bij het schamele licht van de olielamp las en herlas hij de boeken totdat hij ze als het ware van buiten kende. Het boek Pallieter maakte de meeste indruk op hem. De Pallieterfiguur zal hem dan ook niet meer loslaten en zal hij zichzelf min of meer als Pallieter gaan personifiëren. Later zo in de jaren vijftig tot aan zijn overlijden zal Pallieter in veel van zijn werken opgenomen worden. Hij geeft Pallieter dan een eigen gezicht en zij gaan samen op reis en hij laat hem deelgenoot worden van zijn fantasieën. Pallieter is als het ware zijn broer, zijn vriend en zijn reisgenoot.
Gedurende de oorlogsjaren maakt hij vele tekeningetjes welke met waterverf worden ingekleurd. Deze nog kinderlijke tekeningetjes die verhalend zijn en vol humor, hebben meestal het boerenleven als onderwerp. In deze jaren kopieert hij ook vele tekeningen uit de boeken van Felix Timmermans en in het bijzonder uit het boek "Breughel zo heb ik u uit het werk geroken", Pieter Breughel en Dik Trom.
Na de oorlog ging Jaap in de tuinderij van zijn oom werken. Dit was zo heb ik van hem vernomen een straf. Hij droomde maar wat weg. Het heeft dan ook maar een half jaar geduurd.Jaap vertelde mij eens dat toen hij achttien à negentien jaar was zijn vader zij "Hier heb je papier en potlood en daar is de polder ga maar tekenen" Ik denk dat Dirk ( Ik praat alleen over Dirk omdat Jaap bij dit soort gesprekken het uitsluitend over zijn vader had) alles overwegende dat hij dit de enige overblijvende weg voor Jaap vond. De vraag is dan; op welke gronden? Eén ding was duidelijk; ze wilden Jaap niet verder laten leren. Jaap accepteerde deze gang van zaken en zo lijkt het zonder commentaar. Ik weet wel dat hij eens aan zijn vader gevraagd heeft om naar een tekenacademie te mogen gaan. Dirk antwoordde: "Leren is afleren". En daarmede was Jaap kennelijk afgeleerd om die vraag nog eens te stellen of om die gedachte nog eens de vrije loop te laten gaan.
Elf apostelen
Van 1946 en 1947 vind ik dan ook vele kleine tekeningen en olieverfschilderijen van molens en boerderijtjes uit zijn omgeving. Deze zijn naar de natuur zoals Jaap zei, gemaakt. Dus er was nog niets als verhaal of humor aan toegevoegd.
Glorierijke landleven
Vanaf 1948 geeft hij zijn fantasie weer volop de ruimte. Hij voert zijn toneelstukjes op met wonderlijke figuurtjes in een decor van een werkelijk bestaande omgeving als een stal, huiskamer, boerderijen, molens, weiland, kerk etc.
Inkompoort Begijnenhof
In 1949 begint hij grote potloodtekeningen te maken.
In 1949 begint hij pasteltekeningen te maken. Technisch weer als het ware ingekleurde tekeningen.
Rond 1950 maakt hij met zijn moeder een reis met het toentertijd bestaande "boemeltje van Purmerend" Bij Purmerend stapte er een aantal vrouwen in klederdracht in de trein. Als door de bliksem getroffen zo was hij overdonderd door in het bijzonder de hoofdbekleding van de dames. Zijn fascinatie voor de klederdracht en in het bijzonder de hoofddeksels als de Volendammer hul en Westfriese boerenhoedje etc. was geboren. Hiermede konden zijn verhalen weer meer ruimte krijgen. In de jaren vijftig zijn zij dan ook niet meer weg te denken. Ook doen de figuren in de lucht hun intrede. Aanvankelijk nog op een wolk gezeten maar later los tuimelend door de ruimte.
In 1955 ontdekt hij het kleurpotlood. Vanaf dat moment zal dat voornamelijk zijn tekenmateriaal worden en blijven.
Waarom deze keuze? Jaap vond het gewoon handiger. Hij had niet meer dat gedoe met verf en het kwetsbare pastel. Hij kon starten en stoppen op elk gewenst moment.
Boerengehucht met molen
In 1956 maakt hij een serie kleine zwart/wit tekeningen op ordinair kladpapier. Tekeningen van met name het geromantiseerde boerenleven als onderwerp en doorspekt met de specifieke Westfriese humor. Deze humor heeft hij van zijn vader Dirk maar zeer zeker ook van zijn grootvader. Jaap vertelde eens dat hij altijd uitkeek naar de komst van zijn grootvader die de meest fantastische verhalen kon vertellen.
Jaap heeft zijn hele leven getekend. Hij heeft dus nooit op een loonlijst gestaan en heeft nooit voor financiële steun ergens moeten aankloppen. Zijn ouders voorzagen volledig in zijn behoefte. En zoals we nu weten tot aan zijn dood.
Het is mede daardoor dat hij het werk heeft kunnen maken zoals hij gemaakt heeft. Afhankelijk van de grote en complexiteit koste het maken 4 tot 6 weken. Hij werkte daarbij nooit langer dan één uur achter elkaar aan een tekening. Na een uur schakelde hij over op een andere tekening. Daar zijn tekeningen bijna altijd betrekking had op een stad of dorp ging hij altijd zoals hij zei op reis. De tijd tussen begin en einde van een tekening varieert van 1 tot wel 10 jaar.
Opgetekend door Jan Oud.
d.d. 04-10-06
















